3 soorten rust

Als hoogsensitief persoon ben je extra gevoelig voor stress. Je vergeet jezelf snel en gaat helemaal op in iemand anders of in je werkzaamheden. Extra goed op je rust letten is dan cruciaal. Je komt dan weer even terug bij jezelf: hoe gaat het ermee? De timing van rusten is ook heel belangrijk. 

Ik ben net anderhalf uur op mijn kantoor, grijp mijn sleutels en ga een rondje door de buurt lopen. Dit is mijn nieuwe beleid, nadat ik merkte dat ik me té moe voelde na een dag werken. Het voelt alsof ik mijn werkdag nog maar net ben begonnen, maar het is echt heerlijk. Ik voel de gespannen spieren in mijn nek en zelfs de fronsrimpel tussen mijn wenkbrauwen. Ik heb me schijnbaar erg zitten concentreren op mijn computerscherm. Fijn om alle spieren even bewust te ontspannen en even op een afstandje naar mijn werkzaamheden te kijken. Zo belangrijk is het allemaal eigenlijk ook niet. 

Preventieve rust

Je kunt als hoogsensitief mens best aan een heel drukke activiteit meedoen. Hou je van concerten, heb je een druk congres, of een groot feest, dan kun je daar prima naartoe. Maar het is dan slim om ervóór al rust in te plannen. Preventief rusten dus. Je zorgt dan dat je weinig indrukken binnen krijgt, zodat je batterij helemaal vol is als je de activiteit ingaat. Je blijft het dan beduidend langer leuk vinden tijdens de activiteit zelf. Maar dit soort preventief rusten vraagt wel wat oefening. Je bent namelijk helemaal niet moe. Je hebt best zin om wat te ondernemen. Voordat je het weet ben je toch van alles aan het doen waarvan je energieniveau terugloopt. Je moet jezelf er echt even van overtuigen dat deze rust nu nodig is om straks optimaal te kunnen genieten van je drukke activiteit. 

Weldadig

Een ander soort rust is de rust die ik even nam door een rondje in de buurt te gaan wandelen. Ik heb me ingespannen op mijn werk, en neem op tijd rust om daarvan bij te komen. Deze rust kan weldadig aanvoelen. Je voelt dat je iets gedaan hebt en je was echt even toe aan ontspanning. Dit is ook de rust die je neemt na een drukke activiteit. Je had gisteren een concert en nu neem je de tijd om alles nog eens te overdenken. Je hoeft even niets. Heerlijk.

Lijden tot het beter gaat

En dan is er nog een derde soort rust. Dat is de rust die je bijna verplicht moet nemen als het echt niet meer gaat. Je bent uit je slof geschoten naar je huisgenoten, je hebt jezelf onhandig gesneden omdat je te moe was, de migraine schiet door je hoofd. Je kunt niet meer en je lichaam fluit je terug. Dit soort rust is niet fijn. Je bent hartstikke chagrijnig en voelt je naar. Je bent overprikkeld en kunt er niets meer bij hebben. Dit is ook het moment waarop je zegt: ‘Ik ben zo moe’, en dat iemand anders dan zegt: ‘Prima toch, je kunt nu toch lekker uitrusten?’. Maar dat voelt voor jou niet zo, jij voelt je alsof je bent uitgeknepen als een vaatdoekje. Dat is niet even fijn uitrusten. Dat is lijden en maar wachten tot het beter gaat.

Het hoofd en hart als stoorzender

De Duitse psychotherapeut Rolf Sellin heeft een interessant boek geschreven: Leefboek hooggevoeligheid (een recensie vind je in HSP magazine 5). Hij heeft het daarin onder andere over het aanvoelen van grenzen: wanneer is het genoeg, wanneer moet je rusten, wanneer zeg je nee? Hij schrijft er dit over:

‘Het hoofd kan zich weliswaar allerlei gedachten vormen over grenzen in het algemeen en theoriseren over waar ze zich moeten of kunnen bevinden, maar weet niet echt waar ze liggen. Integendeel. Vaak zijn het de overwegingen en theorieën van het hoofd waardoor we ons weer eens door onszelf op het verkeerde been lieten zetten. Ondanks goede voornemens hebben we onze grenzen overschreden of ontweken, of anderen geen halt toegeroepen. Alle zinnen met daarin ‘moeten’ of ‘zouden’, frasen als ‘Dat kan er nog wel bij, tot dusver is het immers goed gegaan’ of vergelijkingen met anderen – ‘Zij kunnen het toch ook’ – behoren tot denkpatronen die onze grenzen saboteren.

Je krijgt alleen genoeg rust door je grenzen goed aan te voelen, dit doe je door goed te luisteren naar je buikgevoel

Ook het hart met zijn gevoelens kan ons bij het herkennen en behoeden van onze grenzen niet verder helpen. Integendeel: het hart laat zich niet insnoeren en bouwt bruggen naar anderen, met het hart kunnen we ons inleven in de ander, het maakt onbaatzuchtigheid mogelijk. En veel mensen die de roep van hun hart volgen, overschrijden juist hun grenzen en offeren zich op. Ongeacht of dit offer zinvol en heldhaftig dan wel vergeefs en misplaatst, gewenst dan wel ongewenst was.’

Ons lichaam kent onze grenzen

‘De enige die onze grenzen werkelijk kent is ons lichaam, om kort te gaan: de buik. Hij vertelt ons heel concreet hoeveel we op onze schouders kunnen nemen en waaraan we ons vertillen. Hij geeft precies aan wanneer we geen hap meer door onze keel kunnen krijgen. Hij kan ons zeggen hoelang we achter de computer kunnen zitten en wanneer we een pauze moeten inlassen om gezond te blijven presteren. Vooropgesteld dat we tijdig acht slaan op ons lichaam en niet pas dan wanneer we ons vertillen of al brandende ogen en een pijnlijke rug hebben gekregen.

Om onze grenzen in het oog te houden en te bewaken, moeten we gecentreerd zijn. We moeten voortdurend in contact met ons lichaam staan. We kunnen het lichaam als sensor gebruiken. En juist daarin schieten velen van ons tekort, al die hooggevoeligen die hun lichaamswaarneming opofferden aan aanpassing aan de anderen om erbij te horen, om geaccepteerd te worden’, aldus Rolf Sellin.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.