Column: Intensiteit

Het leven is op zichzelf al ingewikkeld genoeg, maar als HSP krijg je daar nog de uitdaging van prikkelmanagement bij. In veel gevallen houdt dat in dat je pijnlijke keuzes moet maken: geef ik mijn relatie voorrang of mijn werk? Mijn vriendinnen of mijn behoefte aan stilte? Noodgedwongen zeg je vaak ‘nee’ tegen dingen die je in je hart heel graag zou willen, omdat alles tegelijk geen optie is.

Als hooggevoelige moet je dus genoegen nemen met een wat soberdere levensinvulling dan de meeste mensen. Tenminste, als je niet voortdurend op het randje van de overspannenheid wilt balanceren. Zo doet mijn eigen leven, waarin ik al het overbodige heb weggesnoeid, me geregeld denken aan een minimalistisch kloosterregime. Maar is het niet juist in het klooster dat mensen door de meest intense existentiële ervaringen worden overvallen?

Myrthe Meester is afgestudeerd filosofe en publiceert artikelen over kunst, filosofie en klassieke muziek in diverse tijdschriften.

Ik herinner me een weekje in het Clarissenklooster in Megen, vlak na een overvolle studieperiode. Een kleine witte kamer kreeg ik toegewezen met alleen een bed, een wastafel en een houten bureau, waarboven een klein kruisje hing. Drie keer per dag woonde ik een monotone gebedsdienst bij, die me in een lome, slaperige stemming bracht. Maar toen ik op de vierde of vijfde dag een wandeling langs de Maas maakte, waar zojuist een akker was omgeploegd, werd ik plotseling recht in mijn hart getroffen door die glinsterende, zonbeschenen hompen klei, alsof ik de hobbelige groeven rechtstreeks kon voelen met mijn ogen. Álles in het landschap was invoelbaar geworden, alsof ik ermee samenvloeide, alsof ik zélf de lichtblauwe lucht en het rimpelende water geworden was. Mijn vingers tintelden en ik voelde me intens aanwezig, wakker en weids, ondanks het feit dat er niets gebeurde en ik een doodgewoon wandelend meisje in een doodgewoon Hollands rivierlandschap was.

Op een periode van sobere leegte kan dus zomaar een piek van bijzondere intensiteit volgen. Voor mijn werk zit ik tegenwoordig vaak dagenlang achter mijn bureautje te lezen en schrijven. Soms draai ik een cd die ik voor een tijdschrift moet recenseren. Vaak mis ik mijn vriendinnen of mijn ex-vriend, met wie het is uitgegaan omdat ik zo weinig ruimte voor hem had. Maar te midden van die eenzame eentonigheid kan de klank van een viool plotseling dwars door mijn ziel snijden, de Passacaglia van Biber bijvoorbeeld, een spiritueel muziekstuk uit de zeventiende eeuw. ‘Elk nadeel heb zijn voordeel.’ Dat geldt zeker voor de (noodgedwongen) keuze voor kloosterlijke soberheid, waarbij het leven soms onverwachts kan exploderen van gelukzalige intensiteit.

Meer lezen?

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.